tijdschrift

Nummer 21
Juli 2009



Marja Vuijsje


Doe zoals Je Zus

Dyab Abou Jahjah


 wekelijkse column

Top 10 van moslim-intellectuelen
Afgelopen april publiceerde Vrij Nederland in een themanummer ‘De grootste denkers van vandaag’ een lijstje met de belangrijkste denkers van dit moment. Er worden keurige namen genoemd: Michael Ignatieff, Bruno Latour, Judith Butler, Amartya Sen, Susan Neiman en Arthur Danto. Het zijn geen verrassende namen. De lijst zegt echter meer over de Nederlandse initiatiefnemers dan over degenen die erop staan.
Farhad Golyardi

recensie
Welke relatie is er tussen Pakistan en de Taliban?
Zes vragen aan Ahmed Rashid, auteur van Descent into Chaos. deze maand konden we in een rapport lezen dat de CIA belastend bewijsmateriaal heeft over de banden van het Pakistaanse leger met de Taliban. Maar dit is niet echt nieuws.
Door Scott Horton
 opinie
De hysterie in de Nedercult
Nederland moet in het reine komen met de multiculturele samenleving. Dat kan alleen als we de vicieuze cirkel van de Nedercult doorbreken, meent hoogleraar Electorale politiek Jean Tillie. Daarvoor moeten we een einde maken aan het huidige collectieve autisme en de grenzen van het democratische debat bewaken.
Jean Tillie
HOME
TIJDSCHRIFT
OPINIE
COLUMN
 
MEDEDELINGEN
BOEKEN
RECENSIE
PERSONEN
 
OVER EUTOPIA
ABONNEMENT
CONTACT
 
NIEUWSBRIEF
Costs of the War in
Iraq
(JavaScript Error)
 

MEDEDELINGEN

print versie  
10 Augustus 2009
TUSSEN BUITENLANDSE INMENGING EN STAATSVEILIGHEID
Een artikel uit het jaar 2000, Door: Tariq RAMADAN

De moslims van Europa in de tang

-----------------------------------

Voor de organisatie van de moslims in Europa breekt een nieuwe tijd aan. Overal is de dynamiek gaande van de vertegenwoordiging in de nationale politiek. Een aanwijzing voor de bezorgdheid die in bijna alle Europese staten heerst, is de consultatie die recentelijk georganiseerd werd door de heer Jean-Pierre Chevènement. Deze Franse minister van Binnenlandse Zaken wil de institutionalisering van de islam in de 'republikeinse ruimte' bevorderen en begeleiden. In januari 2000 riep hij daartoe moslimverantwoordelijken bijeen om naar hen te luisteren en hen bij het organiseren van hun vertegenwoordiging te helpen. Wil die vertegenwoordiging ook werkelijk de democratische uitdrukking zijn van de basis en wil haar onafhankelijkheid van het buitenland gegarandeerd zijn, dan moet rekening worden gehouden met tegenstrijdige krachten die aan het werk zijn binnen de moslimgemeenschappen in zowel Frankrijk als in de rest van Europa.

De afgelopen vijftien jaar hebben zich binnen de verschillende moslimgemeenschappen in Europa diepgaande veranderingen voorgedaan. Nieuwe generaties, geboren op het Europese continent, traden op de voorgrond en dat heeft een omwenteling teweeggebracht: veel meer zelforganisaties, nieuwe benaderingen gericht op staatsburgerschap en politieke participatie, het opeisen van de rechten verbonden aan de nationaliteit, met een zichtbaar grotere gedrevenheid tegen allerhande discriminatie (werk, gebedsruimten, financiële ondersteuning, enzovoorts). Deze dynamiek speelt in alle Europese landen; met variaties naargelang de moslimaanwezigheid in de betreffende landen meer of minder recent is. Op termijn zullen moslims zich in Europa wortelen op basis van drie grootheden: openlijk getoond burgerschap, maatschappelijke en politieke participatie op alle niveaus en aanspraak op financiële en politieke onafhankelijkheid.

Het Europese terrein is nochtans niet maagdelijk. Op hetzelfde moment dat zich daadwerkelijk een meerdimensionale integratie begint voor te doen, zien wij ook twee complementaire verschijnselen toenemen waaruit blijkt dat sommige landen van herkomst de moslimgemeenschappen die zich in Europa gevestigd hebben, nog altijd beschouwen als hun privé jachtterrein; zij proberen tegenover hen dezelfde methoden toe te passen en volgens dezelfde principes te handelen als tegenover hun onderdanen.

Tussen de jaren zestig en tachtig hebben we in Europa de bloei gekend van de Algerijnse, Marokkaanse, Tunesische of Turkse 'amicales'. Deze groeperingen maakten het ballingen mogelijk elkaar te ontmoeten. Tegelijkertijd echter vergemakkelijkten ze in politiek opzicht het vanuit de ambassades georganiseerde toezicht door veiligheidsdiensten. Je zou misschien verwachten dat die praktijken met de veranderingen op de Europese bodem wel zouden afnemen en dat het toezicht, voor zover nodig, voortaan uitsluitend de bevoegdheid van de Europese staten zou zijn. Dat is echter niet het geval, integendeel.

In naam van de staatsveiligheid wordt Europa letterlijk overspannen door een netwerk van veiligheidsdiensten. Achter de bomen van enkele grote politieke affaires die veel aandacht hebben gekregen in de media, zoals die van de Marokkaanse opposant Diouri, verbergt zich het bos van een uitgebreide logistiek van controle- en inlichtingendiensten. Allereerst ten aanzien van de nationale politieke tegenstanders: Tunesische (ongetwijfeld de meest efficiënte), Marokkaanse, Algerijnse, Turkse en zelfs Saudische inlichtingendiensten, soms rechtstreeks verbonden met de ambassades, verzamelen inlichtingen, infiltreren in zelforganisaties, houden moskeeën in de gaten en nemen deel aan conferenties en symposia. Op bijeenkomsten laten zij onbeschroomd, meer of minder overtuigend, de stem van de macht horen. De woordvoerders bespelen handig de tegenwoordig gevoelige snaar van het 'islamistisch gevaar' om de officiële en officieuze standpunten over te brengen aan journalisten, lokale politici en zelfs tot aan de hoogste overheidsinstanties . Dat gebeurt bijzonder doeltreffend.

De betreffende mogendheden beschikken in Europa over een groot aantal van die plaatselijke schakels. Onder het mom van interesse voor de kwestie van de islam oefenen ze belangrijke politieke invloed uit. De obsessie met veiligheid is zo groot dat niet alleen de nationale opposanten worden bewaakt. Ook Engelse, Italiaanse, Franse of Belgische staatsburgers worden, enkel vanwege de herkomst van hun ouders of omdat een deel van hun familie in het land van herkomst woont, aan dezelfde bewaking onderworpen. Bij een bezoek aan het land van herkomst van hun ouders, waarvan zijzelf vaak niet meer de nationaliteit bezitten, wacht hen langdurige ondervraging over hun activiteiten en hun relaties .

Parallel aan deze vormen van inmenging door veiligheidsdiensten op Europese bodem, hebben we te maken met een ander, niet minder verontrustend verschijnsel: de buitenlandse mogendheden willen exclusief controle blijven houden over de grote mosliminstituten in Europa. Afgezien van de alom bekende financiering van de grote moskeeën, zoals die van Rome, Madrid, Parijs, Lyon, Brussel, Genève of Londen, gaat het wel degelijk om politieke beïnvloeding en beheersing. De officiële mededelingen die via deze antennes naar buiten worden gebracht, voldoen geheel aan de eisen van de financierende overheid; de monden zijn gesnoerd en de verantwoordelijken staan onder voogdij.

Saudi-Arabië bezet via haar grote moskeeën en de afdelingen van de Moslim Wereldliga steeds meer terrein in Europa. Sinds enkele jaren heeft dit land een verbond met Marokko en breidt het zijn initiatieven ten opzichte van de Europese moslims uit. Daarbij wordt geprobeerd bekeerlingen aan zich te binden om zo een maatschappelijke basis te geven aan zijn optreden. Algerije (voornamelijk in Frankrijk), maar ook Tunesië en Turkije blijven hierbij niet achter: moskeeën en gebedsruimten worden gefinancierd, imams worden betaald en er worden centra gebouwd die toezicht mogelijk maken op de organisatie van de Europese islam.

Gestandaardiseerde onderwijsvormen
Die aanwezigheid is voelbaar en bijzonder doeltreffend voor alles wat te maken heeft met de kwestie van de vertegenwoordiging van de moslims. Via hun ambassades bemoeien de staten zich rechtstreeks op het hoogste niveau met de organisatie- en structureringsprocessen van de moslimgemeenschappen. De Marokkaanse staat volgde alle etappes van de verkiezingen in België op de voet en ging in Italië zover dat hij via zijn ambassade de overheid verzocht de ondertekening van de intensa te beletten om aldus directer aan de debatten te kunnen deelnemen .

Saudi-Arabië en Egypte spelen een sleutelrol in de discussies in Groot-Brittannië en de Turkse regering is in Duitsland alomtegenwoordig via Diyanet, het Turkse Directoraat-generaal van Godsdienstzaken, een nagenoeg officieel orgaan van de Turkse staat. Het door de Franse minister van binnenlandse zaken, Jean-Pierre Chevènement, voorgestelde consultatieproject (een initiatief dat wordt voorgesteld als 'republikeins en niet-kerkelijk') speelt de moskeeën en organisaties verbonden aan Saudi-Arabië, Marokko, Algerije en Turkije in de kaart.

Vanuit de wens om hun religieuze greep te verstevigen, gaan de staten er steeds meer toe over islamitische opleidingen aan te bieden of te financieren. Tijdens de meest geschikte periodes, zoals de Ramadan, worden imams gestuurd om gebedsdiensten te leiden, maar ook om cursussen te geven. Saudi-Arabië, Egypte, Marokko en Turkije sturen elk jaar belangrijke delegaties van moslimgeleerden naar Europa, met bedoelingen die niet altijd bekend worden gemaakt: sommigen brengen inlichtingen mee, terwijl anderen onderwijs verschaffen dat erg gestandaardiseerd is, dat wil zeggen erg conservatief en weinig aangepast aan de realiteit van de Europese landen.

Zo heeft Riyad de afgelopen jaren het aanbod van gratis opleidingen in Saudi-Arabië aanzienlijk verhoogd. De eerste studenten die van deze gulheid hebben geprofiteerd, zijn inmiddels terug en tonen zich voorstander van een nogal onverdraagzame gedragslijn. Zij staan een letterlijke lezing van de heilige teksten voor en wijzen maatschappelijke integratie af, verzetten zich tegen elke sociale binding van moslims en beschouwen Europa meestal als een gebied dat van nature vijandig is jegens de islam en waartegen men zich op alle niveaus moet afschermen. Zij doen zichzelf voor als de enige ware 'salafîs' , hechten sterk aan details van de rituele praktijk (kleding, baard, enzovoort) en ondersteunen, stilzwijgend of expliciet, de Saudische politiek. Hoewel nog altijd sterk in de minderheid, groeit het aantal van hun volgelingen toch gestaag, met name onder de bevolkingslagen die het snelst geneigd zijn om ten aanzien van het Westen een afwijzende houding aan te nemen: mensen met de laagste inkomens, in verpauperde wijken en slaapsteden, werklozen, enzovoorts.
Welke houding stellen de Europese staten nu tegenover de nieuwe strategieën van de buitenlandse mogendheden om de Europese islam onder hun toezicht en in hun greep te houden? Die vraag mag je stellen aangezien het hier duidelijk om inmenging in binnenlandse aangelegenheden gaat. De officiële benadering lijkt helder: in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en België zegt men te erkennen dat de islam voortaan een bestanddeel vormt van Europa en te hopen dat de Europese moslimburgers zichtbaar gaan worden en hun lot in eigen hand gaan nemen, hun vertegenwoordiging gaan organiseren en politiek en financieel onafhankelijk worden.
Van de andere kant lijken de Europese staten dus gegijzeld door buitenlandse mogendheden die een beroep doen op de godsdienst van hun burgers om een politiek van eigen belangen af te dwingen. Dat zou betekenen dat we dus niet alleen te maken hebben met een machtsconflict tussen staten, maar ook met een conflict over bij wie die burgers eigenlijk horen. Bij nadere analyse blijkt echter dat deze botsing niet zo zwart-wit ligt. Weliswaar hoor je politici (die rekening moeten houden met het aantal potentiële kiezers) steeds vaker spreken over het burgerschap van de Europese moslims, maar dat neemt niet weg dat het beleid met betrekking tot de islam in Europa sterk beïnvloed blijft door de obsessie met de nationale veiligheid en de wens tot controle.
Het krachtenveld van het moslimverenigingsleven, dat zich de laatste jaren zo sterk heeft uitgebreid met al die nieuwe moslims die hun staatsburgerschap en hun rechten opeisen en die zich politiek engageren, is verre van geruststellend en wekt eerder angst op. Als vrije Europese, maar moslimse 'elektronen', vertroebelen zij de oude scheidslijnen en lijken ze in niets op de oude moslimnotabelen, die zo volgzaam waren en waar we zo weinig last van hadden.
In dit landschap zou de interventie van de vreemde mogendheden in plaats van een probleem te vormen, op korte termijn wel eens de belangen van de Europese staten kunnen dienen. Zij zouden zowel hun voordeel kunnen doen met het toezicht dat door de vreemde agenten op Europees grondgebied wordt uitgeoefend, als met de indirecte greep van de moslimstaten op de moskeeën en andere grote instituties: in beide gevallen is men dan verzekerd van de politieke en religieuze controle over de situatie. De verschillende inlichtingendiensten staan permanent in contact met elkaar en wat betreft de organisatie van de islam hebben de Europese staten er alleen maar voordeel bij om zaken te doen met de landen van herkomst: daarmee kun je, in het kader van de goede betrekkingen tussen regeringen, gemakkelijker een gedragslijn vaststellen en zelfs opleggen.
Hoe dan ook beschouwen vele Europese staten de islam nog altijd als een vreemd verschijnsel en meer nog als een gevaar, of in elk geval als een factor van instabiliteit. Ze geven er de voorkeur aan onderhands zaken te doen met de dictaturen uit de moslimwereld die hen, ondanks duidelijke schendingen van de mensenrechten, veiligheidsgaranties verschaffen en hun belangen verdedigen. Enkele uitzonderingen daargelaten, zoals Spanje (sedert 1992), Oostenrijk en Zweden, lijkt geen enkele Europese staat een rechtstreeks gesprek aan te gaan met zijn moslimburgers en -inwoners, dat wil zeggen zonder al dan niet expliciete tussenkomst van de buitenlandse regimes. Zo goed als allemaal roepen zij op tot onafhankelijkheid terwijl ze in de praktijk een beleid voeren dat is gebaseerd op herkomst en loyaliteit (en op informatie ingewonnen bij de verschillende inlichtingendiensten).
De komende jaren zullen de Europese staten hun beleid ten aanzien van de islam en de moslims moeten herzien. Authentieke moslimburgers, politiek onafhankelijk en financieel autonoom, producten van de dynamiek van zelforganisaties die overal in Europa bloeit, beginnen hen nu al rekenschap te vragen over de rechtmatigheid van hun samenwerking met de dictaturen in de moslimwereld. Nu al eisen zij hun wettig recht op om zich zelf te organiseren, hun eigen boontjes te doppen en onder elkaar te beslissen over hun wettige religieuze vertegenwoordiging. We zien dit steeds meer gebeuren en het verschijnsel neemt snel toe: ondanks de pogingen van de buitenlandse mogendheden ontsnapt het terrein grotendeels aan hun controle en de moslims van de tweede en derde generatie voelen zich hoe langer hoe minder verbonden met de landen van herkomst van hun ouders.
Wil Europa de moeilijke uitdaging van het culturele en religieuze pluralisme van haar samenleving tot een goed einde brengen, dan wordt het de hoogste tijd de benaderingswijze van de staatsveiligheid te verlaten. In plaats daarvan moet geopteerd worden voor de dialoog, voor de onderhandelingen en het vertrouwen waarop de relatie tussen een staat en zijn burgers gebaseerd moet zijn. Tegen de buitenlandse bevoogding in, is dàt de enige democratische benadering voor een rechtsstaat die zowel de wet als zijn burgers respecteert.

Tariq Ramadan






.. word lid van onze digitale nieuwsbrief ..