COLUMN

print versie  
Shervin Nekuee:
Fortuyn is niet voorbij, Het onvervulde verlangen van Nederland

Sinds de idiote doch geslaagde aanslag op Pim Fortuyn door een oer-Hollandse dierenactivist in 2002 in het mediapark, lijdt de inheemse bevolking van Nederland aan een ‘onvervuld-verlangencomplex’. Men is wanhopig op zoek naar een nieuwe volksheld.

Ik geef ze geen ongelijk. Want hoe groot kan het verschil zijn tussen de gefantaseerde belofte en de confronterende realiteit? Je roept om een dandy – sprankelende pakken, acrobatische taal en mimiek – en je krijgt een dominee – de zwaar gereformeerde JP, introvert en nuchter als de pest. Net alsof je op punt hebt gestaan om voor het eerst in je leven goed vreemd te gaan, maar dat je in de duurbetaalde hotelkamer je schoonmoeder treft. Dat hakt erin, en het maakt de honger naar vreemdgaan nog groter.
Het Nederlandse publiek verlangt er al zeven jaar naar om politiek vreemd te gaan, maar het lukt steeds maar niet. Het onvervuld verlangen heeft de fantasie van de kiezer op hol gebracht. Het volk lijkt steeds minder kritisch, het enige dat lijkt te tellen is dat het geen gevestigde elite is. Van de charmante intellectueel Pim Fortuyn zijn we op het voorlopige dieptepunt terechtgekomen: bij de chagrijnige neo-nationalist Geert Wilders.

Dat de blijvende onvrede die in dit verlangen naar een radicaal politiek vreemdgaan schuilgaat zo moeilijk te duiden is voor de gevestigde politieke elite, komt doordat hun verbeelding, noch hun belangen dat toelaten. Het gaat om een verlangen naar grootse en meeslepende veranderingen, een motie van wantrouwen tegen de belangrijkste maatschappelijke arrangementen: de verzorgingsstaat, het onderwijs, het media- en politieke bestel, de ontwikkelingsamenwerking en de huidige hoeders daarvan.

Het is ook niet gek dat het publiek er weinig vertrouwen in heeft dat de gevestigde elite in staat zou zijn om de samenleving grondig te veranderen en dat ook nog zou willen. Degenen die zich op het politieke spectrum als ‘buitenstander’ kunnen profileren maken daarentegen kans, hoe beperkt van visie en onadequaat hun gedachten ook zijn. De huidige uitdagers komen immers niet verder dan een roep om ‘handhaven’ (Verdonk) of ‘liberale Jihad’ (Wilders). Dat zij vandaag de dag de microfoons, camera’s en publieke aandacht aantrekken als een magneet, hebben ze te danken aan Pim Fortuyn: ze bewandelen hetzelfde pad van opportunistische xenofobische politiek, maar in hun ambitie, noch in hun visie zijn ze waardige erfgenamen van de gedachten van Fortuyn.

Fortuyn was zich ervan bewust dat grote veranderingen om brede politieke mobilisatie vragen en dat een dergelijke beweging om een krachtige aanklacht vraagt. De moeizame integratie van de immigrant, de gevaren van de islam en de schaduwzijde van tolerantie waren voor Pim Fortuyn dan ook effectieve symbolen om de samenleving in beweging te brengen. Ik ben steeds meer gaan inzien dat niet de immigranten of de moslims het doelwit van Fortuyn waren, maar de absurditeit van de achterhaalde sociaal-politieke en economisch-politieke ordeningen in Nederland. Hij zette zijn roep om de noodzaak van grote veranderingen kracht bij door te laten zien dat de Nederlandse politici en de Nederlandse institutie niet opgewassen waren tegen de gevaren voor de maatschappelijk cohesie die samenhingen met immigratie en multiculturaliteit. Anders gezegd, hij zette xenofobie symbolisch in om progressieve verandering te oogsten. Dat hij op een perverse en opportunistische wijze het “gevaar van de islam”en het “multiculturele drama” tot absurde heeft opblies, is hem kwalijk te nemen. Dat de politiek na hem zijn symbolische inzet van xenofobie heeft terug gebracht tot een letterlijke xenofobische politiek is des te kwalijker. Dat geldt niet alleen voor Wilders maar ook voor de VVD bij monde van Hirsi Ali en de PvdA bij monde van Aboutaleb, die na de moord op Pim Fortuyn iedere moslim opriep om op te rotten als het leven hem hier niet beviel (een oproep die de Hollandse dierenactivisten niet tegen hun hoofd geslingerd kregen na de moord op Fortuyn).

In tegenstelling tot Wilders was Fortuyns doelwit het Nederlandse bestel, niet de immigrant. Hij wees naar het logge en uitgedijde bestuursapparaat van Nederland: een land met een populatie die niet groter is dan twee keer New York of Londen, maar met een honderdvoud aan burgemeesters, wethouders en ambtenaren; een ontzuilde samenleving met een in zuilen geordend onderwijs-, omroep- en partijpolitiek bestel; een sterk centraal gereguleerde, conservatieve, inflexibele en dure arbeidsmark en de uit de Koude Oorlog stammende visie op ‘asielbeleid’.

De Hollandse politieke en bestuurlijke maskerade onthult zijn absurditeit het beste in het onvermogen om de nieuwkomers succesvol op te nemen, zou hij gedacht hebben. Dat naar godsdienst geordend onderwijs aanzet tot segregatie van moslimkinderen; dat onze welzijns- en arbeidsmarktarrangementen een cultuur van armoede, werkloosheid en criminaliteit (re)produceren; dat de monsterlijke bureaucratie niet weet te leren van, niet weet in te spelen op en zich niet weerbaar weet op te stellen ten opzichte van de nieuwe immigratielogica’s van een veranderde en kleiner geworden wereld.

Fortuyn heeft op een ingenieuze, haast wetenschappelijke wijze de immigranten als steekproef gebruikt om te laten zien dat de oude Nederlandse ordeningsmachine niet werkt voor de nieuwe tijden en binnen de nieuwe wereldorde. Want wie representeert de nieuwe wereld beter dan die wereld in ons midden: ‘de buitenlander’, zoals hij immigranten hardnekkig bleef noemen?

Wilders’ partij maakt een reële kans op politieke winst bij de komende verkiezingen omdat xenofobisch stemmen dankzij het intellectuele en legitieme aura dat Fortuyn eraan wist te geven, geen taboe meer is, en belangrijker nog, het verlangen naar politiek vreemdgaan onstilbaar. Een strategie van oude wijn in nieuwe zakken, in het bijzonder van de gevestigde elite en veelvoudig toegepast door de Marokkaanse voormannen van PvdA Aboutaleb en Marcouch, die de retoriek, maar niet de agenda van Fortuyn poogt over te nemen, zal niet helpen. De onvrede zal niet wegebben.
Met zijn stramien van metaforische xenofobie heeft Fortuyn zijn erfgenamen voorzien van een onuitputtelijk repertoire aan rake kritiek op de zittende elite, zodat ze de Nederlandse burger nog lang kunnen ophitsen. Maar in tegenstelling tot Fortuyn ontbreekt het Wilders en de zijnen, die een letterlijk xenofobische agenda volgen, aan een brede visie om een ware politieke omslag te kunnen bereiken.
Fortuyn heeft de xenofobische politiek voorgoed een legitieme plek gegeven binnen de Nederlandse politiek. Er is ruimte voor politici die xenofobie niet metaforisch, maar juist letterlijk inzetten voor de gunst van het volk, en deze ruimte wordt ingenomen door Geert Wilders. Dat zou in de verkiezingen uiteindelijk heel goed tot een vele malen kleinere electorale winst kunnen leiden dan de huidige opinieonderzoeken uitwijzen: sympathie met xenofobische politiek is niet gelijk aan daadwerkelijk xenofobisch stemmen. Nog belangrijker, de onvrede die Fortuyn dankzij zijn brede en visionaire agenda kon mobiliseren, bestond uit een vele malen grotere en diversere verzameling van betrokken burgers, vrijwilligers, intellectuelen en geldschieters dan de huidige islamofoben rondom Wilders.

Fortuyn heeft het leven in Nederland voor immigranten zoals ik een stuk confronterender gemaakt: de onderhuidse xenofobie is een uitgesproken xenofobie geworden. Maar de Nederlandse democratie is er ook een stuk volwassener door geworden. Xenofobie en nationalisme behoren tot de grondreflexen van – in de regel – een minderheid van de burgers in Europa. Van Italië tot Oostenrijk, Frankrijk tot Denmarken. In Nederland probeerde men zich een aantal decennia boven deze politieke wetmatigheid te verheffen. Zodra een politieke figuur een beroep op deze sentimenten poogde te doen, stelde men het gelijk aan nazisme. Dat is nu voorgoed voorbij.

Nog belangrijker is dat Fortuyn de drang heeft kunnen aanwakkeren naar een ware progressieve politieke agenda, en ruimte in de hoofden heeft weten te creëren om radicaal anders te durven denken over het Nederland van de toekomst. Deze zeer intellectuele en meeslepende erfenis kent nog geen politieke en intellectuele erfgenamen. Maar het verlangen is wijdverbreid, de fantasie waart door Nederland, en die zal beslist niet onvervuld blijven. Maar laten we hopen dat de xenofobische metafoor tegen die tijd is uitgehold en dat een bindend metafoor haar plaats dan heeft ingenomen.

Shervin Nekuee is socioloog en publicist

Shervin Nekuee


tijdschrift

Nummer 21
Juli 2009



Marja Vuijsje


Doe zoals Je Zus

Dyab Abou Jahjah


recensie
Frantz Fanon (1925 – 2005)
Is Frantz Fanon nog steeds actueel? Frantz Fanons klassieker over de dekolonisatie, The Wretched of the Earth, kwam uit in het najaar van 1961 in Parijs terwijl de auteur stervende was aan leukemie in een ziekenhuis in Bethesda, Maryland.
Homi K. Bhabha
 opinie
Dubai: de metropool en de opkomst van de architectonische verbeelding
Architectonische fantasie Droomwerelden ontstaan uit fantasieën. In de architectuur leidt fantasie tot projectie en constructie van een omgeving die het oog moet verrassen. De realiteit is onderwerp van analyse en de toekomst wordt dichter bij gebracht. In zekere zin is fantasie het kernbegrip van alle architectuur. Architectonische ontwerpen zijn altijd speculatief, omdat men er de toekomst mee wil concretiseren.
George Katodrytis
HOME
TIJDSCHRIFT
OPINIE
COLUMN
 
MEDEDELINGEN
BOEKEN
RECENSIE
PERSONEN
 
OVER EUTOPIA
ABONNEMENT
CONTACT
 
NIEUWSBRIEF
Costs of the War in
Iraq
(JavaScript Error)
.. word lid van onze digitale nieuwsbrief ..