In Cyprus organiseerde componist Merlijn Twaalfhoven een grensoverschrijdend dakconcert; op de daken van de huizen aan Griekse én Turkse zijde verzamelden zich lokale muzikanten die samen een lied maakten op basis van de oude gedeelde muziektraditie, uit de dagen dat de eilandbewoners nog één volk vormden. Muziek houdt zich niet aan grenzen, weet Twaalfhoven. In Israël maakt hij zich nu op voor een concert dat de bewoners van Jeruzalem moet samenbrengen.
Zijn methode stam uit de tijd dat hij op het conservatorium studeerde, en zich ergerde aan het feit dat geschreven muziek bij de uitvoering vaak zo anders klonk. Merlijn schafte het podium af, en liet het publiek en de artiesten met elkaar de uitvoering maken. Ook nu in het buitenland, probeert hij zijn eigen invloed niet weg te schrijven, zegt de componist. De lokale mensen staan centraal in de productie en de uitvoering, maar voor het nieuwe idee is een geluid van buitenaf zeer welkom.
Migranten zijn een onmisbare bron om onze samenleving in beweging te houden, vindt ook Ingrid Rollema, voormalig directeur van de Vrije Academie in Den Haag, zonder die beweging sterven wij. Kunst is geen kunst als er geen geëngageerd element in zit, vindt Rollema, het is de taak van de kunstenaar om nieuwe visies te introduceren.
Ondanks de betuigingen op het podium van ‘Democracy in Action’ vindt kunstenaar en immigrant Karim Traïda het erg lastig het geld voor grensverleggende producties bij elkaar te krijgen. Momenteel is hij bezig met een verfilming van het levensverhaal van een Algerijn die zijn identiteit volledig aflegde om als volwaardig Fransman gezien te worden. Drie maal kwam hij, drie maal werd hij weggestuurd. Na 17 jaar als Fransman in Frankrijk geleefd te hebben, getrouwd met een Française, vader van twee Franse kinderen, werd hij alsnog als immigrant ontmaskerd. Geld voor de opnames heeft de filmmaker nog niet.
Het beleid moet veranderen, vindt theatermaker en parlementariër John Leerdam (PvdA), maar zolang politici de problematiek niet aan den lijve ondervinden, begrijpen ze het niet. Daarom nodigt hij zijn collegae uit de Tweede Kamer graag uit om een rol te spelen in zijn theaterstukken. Het komende stuk gaat over ontwikkelingssamenwerking, vertelt Leerdam, en Wouter Bos komt erin acteren. Zo’n stuk is hard nodig, vindt de theatermaker, want wat is het een schande dat er gesproken wordt over het beëindigen van de hulp, omdat wij het even wat minder hebben! Als het aan Leerdam lag, gingen alle aanwezigen vandaag nog de straat op om een burgerbeweging te beginnen, en al die slaapkoppen eens flink te activeren.
Kunst kan een middel zijn om mensen te laten voelen wat ze in hun dagelijks leven niet ondervinden. Daarom lieten de organisatoren ontwerpers een campagnebeeld te maken dat betrekking heeft op de multiculturele samenleving en ons denken daarover.
Carine Weve maakte twee bordjes: ‘zitplaats voor andersdenkenden’ en ‘zitplaats voor gelijkgestemden’, op te hangen in alle openbare gelegenheden; bussen, haltes en gemeentehuizen. Vandaag zijn ze op de banken van het Haagse ijspaleis vast gemonteerd, ze dwingen het publiek na te denken over hun keuze. Roberto Voorbij toonde de kleur van ons bloed: met een drietal posters verbindt hij drie bloedzakken met elkaar: Turks bloed, Hollands bloed, Indiaas bloed. Oftewel: ons bloed, rood bloed.
Prijswinnaar van vandaag is het trio Ghalia Elsrakbhi, Lauren Alexander en Jonmar van Vlijmen. Met een serie aangepaste slogans, kneden ze populaire leuzen van de anti-immigratie lobby om tot landbouwkreten: ‘Vol is Vol’ wordt ‘Bol is Tulp’, ‘Eigen volk eerst’ wordt ‘Regen komt eerst’. Juryvoorzitter Rabiaâ Benlahbib prijst het uitvoerige onderzoek dat aan de campagne vooraf ging.
Het werk is te zien in de tentoonstelling in de centrale hal van het Stadhuis aan het Spui, precies daar waar de politici van huis naar werk en werk naar huis gaan. Wethouder Marieke Bolle hoopt van harte dat ze even stilstaan om te kijken, en geeft het trio een cheque van 2.500,– Euro om hun werk voort te zetten. “Want juist als er grote vraagstukken zijn”, weet Bolle, “kan cultuur helpen bij het vinden van oplossingen.”
***
Democracy in Action – an artist’s point of view werd georganiseerd door Eutopia i.s.m. Kosmopolis Den Haag en stichting Atrium Den Haag.
Verslaglegging Klaartje Jaspers
Wij willen onze boodschap ook uitstralen naar de islamitische wereld, waar sinds Hirsi Ali en Submission de indruk is ontstaan dat Nederland in handen is van islambashers.
Onze boodschap is gericht aan onze Nederlandse medeburgers – moslims én niet-moslims. Zodat ze niet vergeten, voor ze beginnen te praten over ‘de islam’, eerst de gezichten voor zich te zien van hun collega’s, vrienden, medestudenten en zakenpartners – moslims én niet-moslims.
Wij willen duidelijk maken dat Wilders en al die andere moslimbashers niet de baas zijn in dit land.
Wij willen onze islamitische medeburgers laten weten dat Nederland hun vaderland is. Dat zij, net als alle Nederlandse burgers, in hun dagelijks leven kunnen meedelen in de openheid van dit land en de kansen die een democratische samenleving als deze biedt. Wij denken dat dit waar is. En dat verreweg de meeste moslims in Nederland dit ook zo ervaren.
We roepen het van de daken, we roepen het met trots. We willen dat de hele wereld het weet. Tegen de klippen op en tegen alle vooroordelen en propaganda van Wilders en al die anderen die de media bespelen in:

We proud citizens of the Netherlands wish to make a statement about Muslims and The Netherlands: a statement that has become a taboo since 9/11, a statement that has been neglected systematically by Dutch media and Dutch politicians.
We want to bring this message to the World of Islam where since Hirsi Ali and “The submission videos” people believe that Holland is in the hands of Muslim-bashers. We want to say this to our fellow Dutch citizens, non-Muslims, and Muslims. So that they remember the face of their ordinary Muslim, non-Muslim colleagues, friends, students, business partners, before they start talk about “Islam”.
We want to make it clear that Wilders and other Mulsim-bashers are not running this country. We want to let our fellow Muslim citizens know that this country is their homeland, that they in their daily lives enjoy the openness and the chances of a democratic society like all citizens of The Netherlands do. We think that this is a fact. That, in fact this is valid for the experience of many and most of the Muslims in The Netherlands.
We say it loud and proud, let the whole world hear and know. Against all odds and prejudice and propaganda of Wilders and like-minded hyped up media feeders:

Eutopia Academy Masterclass 2007
Schrijven, frankeren, op de bus en dan wachten op een antwoord. In deze tijd van e-mail en SMS lijkt het schrijven van een brief een wat omslachtige, tijdrovende manier van communiceren. Toch is dit precies wat Zina van jongeren vroeg voor het project ‘Brief aan mijn ouders. Schrijf een brief aan je vader of moeder, met daarin die ene vraag die je nog wilde stellen of opmerking die je wilde maken.’

Aan deze opdracht is vervolgens een wedstrijdelement toegevoegd. De inzet: een masterclass met schrijver Rashid Novaire (Reigers in Cairo, Maisroest) en publicatie van de mooiste brieven in de volgende editie van het blad Eutopia en in de Volkskrant.
De masterclass met Rashid Novaire vond plaats op 1 april 2007. Op aanwijzing van Rashid en zijn mede-workshopbegeleiders Marja Vuijsje en Menno Hurenkamp zijn de brieven bijgeschaafd en uitgediept voor publicatie.
Hieronder zijn de drie brieven te lezen die op 16 juni 2007 in de Volkskrant zijn verschenen.
Voor meer informatie over Eutopia Academy Masterclass 2007, mail naar redactie@eutopia.nl of bel 020 5535 151.
—
Jij, voor het raam van je huis in Nederland
door Laura Pulgar
Mi Papi,
Je hebt ons opgevoed met het idee dat je gevoelens voor jezelf moet houden. Niet uit strengheid, maar uit timiditeit. Uit angst om een flater te begaan door alle aandacht op jezelf te vestigen. Misschien was het de puurste vorm van bescheidenheid, maar ook van gemiste kansen. Ook tussen ons zijn veel dingen onbenoemd gebleven. Waaronder datgene wat jou het meeste heeft geraakt. De reden waarom we híer zijn en niet in het land dat jouw hart heeft verwond: jouw ballingschap.
In veel opzichten lijken wij op elkaar. Ik heb jouw stijve indianenhaar, pikzwart en onmogelijk. Bij jou hebben de grijze haren de overhand gekregen. Je bent trots op je peper-en-zout slapen. Je zegt dat je er wijzer door lijkt, maar ik zeg niks. Alleen al door te kijken naar je lichtbruine ogen zie ik jouw wijsheid, daar heb ik die grijze haren niet voor nodig, papi. Jouw gezicht is donker, niet zoals het mijne. Het is getekend door de Chileense zon, getaand en ruw. Een herinnering aan je dienstplicht bij de skipatrouilles in het Andesgebergte. Achttien jaar was je toen je voor het eerst op ski’s stond.
Ook je armen zijn donker, maar als je je T-shirt uittrekt ben je daaronder net zo wit als ik. Wij hebben dezelfde handen, klein en rond, maar die van jou zweten niet.
Ook onze voeten zijn klein. Je hebt een maat kleiner dan mami en vaak lachen we daar om. De toon van je stem die lager wordt en mij moed inspreekt als ik verdriet heb. Je hand op mijn hoofd. Jouw verlegenheid als je bij onbekenden bent, ontroert mij nog steeds.
Als ik ziek ben en je mijn handen in de jouwe neemt en er klopjes op geeft en ze vast blijft houden, ook al heb ik zweethanden en ook al ben ik niet meer klein.
En je leest en leest, je boek steunend op je dikke buik. Jouw blik die over je bril heen kijkt als ik de kamer in kom, maakt mij telkens weer een gewenst kind.
Je oude verhalen die je mij wel vertelde. Je was drie of vier jaar toen je al kon lezen. Een jongen van tien die een speelgoedpistool stal en het uit angst om gesnapt te worden in zee wierp.
Je was vijftien jaar en werd door een klasgenoot van een heuvel naar beneden gegooid. Je veegt de tranen weg van het lachen als je mij jouw jeugdherinneringen vertelt. Ik ken ze allemaal en geniet elke keer als je ze vertelt. Maar er is ook nog dat andere verhaal.
Jij, voor het raam in je huis in Nederland. Je staarde urenlang naar buiten. Luisterend naar protestliederen van Chileense muzikanten die ook in ballingschap leefden, jou eraan herinnerend dat dit niet het land was waar jij vandaan kwam en niet het land was waar jij wilde blijven. De momenten dat jij daar zo stond, was voor mij duidelijk dat jij te ver weg was en dat ik je niet kon aanspreken. Op zulke momenten was jij niet mijn vader, maar de politieke vluchteling. En ik werd buitengesloten. Jij maakte iets mee waar ik geen deel van kon zijn, iets wat ik niet kon begrijpen. Een heimwee dat ik niet kende en waarschijnlijk nooit zou leren kennen.
Er werd niet over gesproken, over jouw leed dat zoveel andere Chilenen ook zwijgend met zich meedroegen. Ik vond het erg, papi, dat ik niets kon doen om je je beter te laten voelen. Ik vond het oneerlijk dat ik je niet kon helpen. Ik wist niet hoe, maar ik wilde dat je niet meer steeds dezelfde muziek zou opzetten. Dat je niet meer voor het raam zou gaan staan. Dat je niet meer naar buiten zou staren. Maar ik wist nooit wat ik moest zeggen en liep maar weg, jou achterlatend, alleen en mijlenver. Je had niet eens in de gaten dat ik soms naast je stond en aan het bedenken was wat ik tegen je zou kunnen zeggen om je weer bij mij te hebben. Zodat jij weer gewoon mijn vader zou zijn.
Ik weet dat ik niks kon zeggen toen ik klein was. Het was iets dat jij zonder mij moest meemaken. Ik kon alleen maar bij je staan, stil. Er was geen andere mogelijkheid. Maar ook dat hoort bij jou. Het is jouw geschiedenis. Het heeft jou gemaakt tot de vader die je bent. En mij tot de dochter die ik ben geworden. De dochter die naast jou stond.
Naast jou, met je grijze haren, je kleine handen, jouw verlegenheid en jouw stille verdriet, mijn vader, mi papi.
Laura Pulgar is 28 jaar. Ze werd geboren in Nederland als kind van gevluchte Chileense ouders. Ze studeert aan de Schrijversvakschool in Amsterdam.
Het land onder de zeespiegel
door Touria Meliani
Lieve ma,
Vanaf het moment dat ik uit huis ben gegaan wil ik jou mijn herinnering vertellen aan de reis van Marokko naar Nederland.
Ik was bijna zes. Je zei: ‘We gaan verhuizen naar een ander land, we gaan weg hier’. Daar stond ik dan samen met Hanifa, Halim, Zeyneb, Jasmine en Aicha. Vol verbazing keken we je aan. Allerlei vragen spookten door mijn hoofd. Hoe ver zou het zijn? Hoe zou ons nieuwe huis zijn? Zou ik een eigen bed krijgen? Ik begreep niet helemaal wat je bedoelde met een ander land en vroeg het aan Hanifa. Ze antwoordde geërgerd, ‘we gaan in een ander land wonen waar ze geen Marokkaans spreken, we gaan naar het land waar papa woont’.
Papa woonde ver weg, dat wist ik omdat hij er lang over deed om terug te komen.
Nu kon ik hem heel vaak zien.
Ons huis grensde niet aan een verharde weg . Je zei dat we eerst een stuk moesten lopen.
Het was vroeg toen we vertrokken, de zon was net op en er stak een fris briesje op. Opa droeg de zware koffer, jij de lichtere. Je was onrustig. Je keek honderd keer in je tas. Of alles erin zat. Ik merkte dat je gespannen was, want je zweette. Toen je me hielp mijn sandaaltjes aan te trekken werden mijn voeten klam van jou handen.
Tijdens deze wandeling dacht ik steeds aan de maaltijd die oma voor ons had gemaakt.
Weet je dat ook nog ma? Kip, olijven en citroen.
Ik zag hoe oma een van haar kippen ving . Ik zag hoe ze het dier slachtte, plukte en waste, inwreef met citroen en zout en dat weer afspoelde. Daarna deed ze de kip in een tajine en bestrooide het met koriander, rass al hanout en saffraandraadjes. Bovenop legde ze ingelegde citroenen en groene olijven en zette het op een majmar. Zo bleef het daar twee uur lang garen.
Ik wist dat dit voorlopig de laatste tajine zou zijn en probeerde de smaak vast te houden.
Het liefste wilde ik dat oma meeging. Dat kon niet, want zij zorgde voor de zwerfhonden in het dorp. Als zij weg was, wie zou er zich dan om hen bekommeren?
De taxi wachtte ons op. De weg waar de taxi stond was ooit aangelegd door de Fransen en sindsdien niet meer onderhouden. De auto was al bepakt en bezakt. Drie andere mensen, chauffeur, een imperiaal volgeladen met balen stro, koffers en manden met kippen. De drie andere personen zaten voorin. Wij stapten met z’n zessen achterin.
De weg was een en al hobbels en gaten. We ademden diep de frisse lucht in toen we eindelijk uit mochten stappen. Op het vliegveld werd naar me gezwaaid door een aantal dames in blauwe pakjes. Of zwaaiden ze naar iemand anders? Een van de vrouwen nam ons mee naar het vliegtuig en toen werd ik toch een beetje bang. Ik hield jou stevig vast want ze leek op de politieagenten in Marokko.
De vrouw lachte vriendelijk naar me. Ze zette me in een stoel, trok de veiligheidsriem dicht en aaide me over mijn hoofd. Vond ik leuker dan de honderden kusjes en verstikkende omhelzingen die ik kreeg bij het afscheid van de familie.
Ik begreep niet wat ze vervolgens tegen jou zei. Maar ik geloof dat het goed was omdat je vriendelijk naar haar terug lachte. Het vliegtuig maakte veel lawaai, en mijn stoel begon te trillen. Ik wist niet of het in orde was en keek om me heen. De mensen zagen er allemaal heel rustig uit. Ik liet niet merken dat ik het allemaal heel erg spannend vond. Ik drukte mezelf stevig tegen de rugleuning aan en keek strak voor me uit. Ik vroeg aan Jasmine naast me. `Wat gaat er nu gebeuren?´. We gaan vliegen naar Nederland, zei ze ogenschijnlijk heel rustig. Maar ze zag wel een beetje wit rond haar neus.
Waarom kunnen we niet met de taxi gaan, vroeg ik, dat is net zo makkelijk.. Dan duurt het dagen, zei ze. Ik kon me er niets bij voorstellen. Het vliegtuig bleef maar trillen en toen ik naar buiten keek waren we opeens van de grond.
Ik ga me concentreren op een ding, nam ik mezelf voor. Overal om me heen hoorde ik rumoer behalve op de rij voor me en achter me. Daar was het stil. Waarom zijn alleen mijn familieleden stil?, dacht ik. Voor me op de rugzijde van de passagiersstoel, waar jij zat, stak achter een vakje een wit zakje. Ik pakte het en wilde je vragen waar het voor diende. Nog voor ik daar de kans toe kreeg griste Jasmine het uit mijn handen, duwde haar gezicht in het zakje en kokhalsde. Hoe langer ik naar haar kijk, hoe meer ik mijn maag naar mijn keel voel stijgen. Tijdens de reis probeerde ik mijn maag onder controle te houden door in het doekje te ruiken wat je me gaf, nadat je het nat had gemaakt met Eau-de-cologne 4711.
Dan zie ik de stewardess met een dienblad aan komen lopen en ik ruik een onbestemde geur. Aardappelpuree met runderstoofvlees en schorseneren, zei ze trots tegen me. Ik begreep niet wat ze bedoelde. Het rook een beetje ijl. Ondanks de stoom die er vanaf kwam voelde het niet warm aan. Alsof het zonder vuur was bereid.
Nog voordat ze het gerecht voor me neer kan zetten kiep ik mijn maag leeg op het wit met bruin gerecht. Mijn laatste Marokkaanse maal kwam terecht op Nederlands cultuurgoed. Runderstoofvlees met puree en schorseneren vermengden zich met saffraan en koriander. Ze haalt in een reflex het dienblad weg en met één beweging veegt ze vakkundig het tafelblad schoon. Ze tovert een appel tevoorschijn. Mooi, groot en rond. Blij hap ik in de vrucht. En bedroefd denk aan mijn laatste Marokkaanse maaltijd die ik kwijt ben.
De appel smaakt lekker fris. De stewardess lacht nog een keer vriendelijk en aait me over mijn hoofd. Ik ben er nog niet maar voel me direct thuis in Nederland. Later wil ik als deze vrouw zijn, vriendelijk en in een blauw pakje.
Lieve Ma, dit was mijn eerste ervaring met Nederland. Ik was verdrietig maar ook blij met het fijne ontvangst van de stewardess. Ik heb heimwee naar de geuren en smaken van Marokko. Heb jij dat ook? Of had je dat al toen je mij mijn sandaaltjes aantrok en ik jouw zwetende handen op mijn voeten voelde?
Liefs,
Je dochter, Touria
Touria Meliani werd geboren in 1969 te Debdou (Marokko) en groeide op in de Achterhoek. Ze werkt als freelance productieleider voor verschillende culturele festivals en in Jeugdtheater de Krakeling.
Ni hao!
door Xiaoling Wu
Goed nieuws: jullie nieuwbouw seniorenwoning wordt definitief over een maand opgeleverd! Hoe lang hebben jullie niet naar dit moment uitgekeken? Of moet ik zeggen hoe lang heb ik hier niet naar uitgekeken? Uitgekeken naar een woning waar niet van alles aan mankeerde, zoals lekkende waterkranen of terugkerende vochtplekken in de badkamer of keuken. Niet meer aankijken tegen de vele kleine ongebruikte slaapkamers van drie bij twee, sinds alle vijf de kinderen al meer dan zeven jaar het huis uit zijn. Maar in plaats daarvan - ruimte! Een ruimere woonkamer, een grandmaster slaapkamer, een woonkeuken en als bonusprijs een gelijkvloerse woning op de begane grond! Hoe vaak waren jullie nachtelijke toiletbezoeken niet geëindigd op de bank, als er geen puf meer was om de trappen op te klimmen naar het warme bed boven. Ik vreesde elk moment voor een plotselinge overstroming, gasexplosies, een nachtelijke heupbreuk of een combinatie daarvan.
Jullie waren uitgeloot voor deze woning, weten jullie nog? Jullie stonden op de reservelijst, “maar met weinig kans”, zei de makelaar bot. “Er zijn al meerdere Chinese bewoners ingeloot en statistisch gezien is een inloting niet mogelijk.” Jullie hadden toen je schouders opgehaald en gezegd dat jullie nog prima wonen in Oud-West. Maar de sfeer is veranderd. De mensen zeggen nu hardop wat ze denken en wat ze allemaal vinden. Dus na de verhuizing geen klachten meer van de buren over de vieze knoflookluchtjes uit de keuken of over het vervuilde straatbeeld door de satellietschotels. Ach, toch een voordeel dat jullie het Nederlands niet beheersen - de krantenkoppen over ‘Criminele allochtonen terug naar eigen land’, ‘Allochtone kinderen zingen geen Sinterklaasliedjes’ of ‘Onaangepaste allochtonen’ gaan gelukkig allemaal aan jullie voorbij.
Trouwens, de Chinese vereniging heeft Mei Ling gevraagd om voor de Chinese ouderen in het seniorencomplex als tolk te werken. Nu kan zij jullie helpen met het invullen van allerlei formulieren, met doktersbezoeken of met het ophalen van jullie dagelijkse medicijnen voor de hoge bloeddruk en cholestrol, oogdruppels tegen glaucoom en insuline tegen diabetes. Zij is er ook in het geval er plotseling iets gebeurt.
Zoals vorige maand met die storm. Jullie belden op dat jullie plotseling geen Chinese zenders meer konden ontvangen. Bleek dat de helft van de dakpannen en de schotel er door de storm afgewaaid waren – en natuurlijk een dikke lekkage op zolder. Ik heb jullie nooit verteld dat ik de hele middag bezig ben geweest met bellen - in de tussentijd met scheve ogen aangekeken door collega’s - op zoek naar een beschikbaar dakdekkerbedrijf, want er was een stormloop op dakdekkersbedrijven. Later was ook nog dat de schotel van het balkon op de tweedehands Mini Cooper van de buren gevallen, met ruitschade en krassen als gevolg. En dat één van de dakpannen het hondje van de andere buren had verwond. Typisch Nederlands om met dit hondenweer de hond uit te laten. Ik had door het bellen een belangrijke vergadering over mijn project gemist, en ik ben door de baas meteen van het project afgehaald. Maar had ik het niet gedaan, dan waren het de ooms en tantes die met scheve ogen naar mij hadden gekeken!
Wisten jullie trouwens al dat er in het bijhorende restaurant van het seniorencomplex dagelijks rijst en bami op het menu staan? Het is alsof jullie weer in jullie Chinees-Indische restaurant Kota Radja zijn. Ik denk af en toe nog met nostalgie aan ons Kota Radja, een van de eerste Chinese restaurants in die tijd en erg populair vanwege de verse bami en babi pangang. De hele stad kwam bij ons Chinees halen, lekker veel voor weinig en gratis ’sambal bij’. Ironisch, dat jullie niet eens wisten wat babi pangang was, toen jullie in Nederland aankwamen. Tijdens jullie jeugd op het platteland, mochten jullie alleen naar gedroogde vis kijken (!) om de kale witte rijst smakelijker te doen lijken!
Ik ben erg opgelucht dat jullie zo fijn gaan wonen en extra zorg krijgen, want met de ademhalingsproblemen van moeder en slechtzienheid van vader, vraag ik mij af hoe dat gaat in een noodgeval. Een koppel van een blinde en een stomme, hoe vertellen die iemand wat er waar aan de hand is? Na die ene keer met moeder twee uur bewusteloos op de grond en met vader een uur tastend naar de telefoon, lijkt mij een verhuizing naar een seniorencomplex met een rode alarmknop geen overbodige luxe. Kortom, ik wil graag aan jullie kwijt hoe blij ik ben dat het nu eindelijk gaat gebeuren. Voor jullie. Maar ook voor mij, want eindelijk is het dan afgelopen met die nachtelijke ritjes, de werkonderbrekingen om voor jullie te tolken, onderhoud aan het huis te regelen of mee te gaan naar doktersbezoeken, maar gewoon op zondag op de koffie met een koekje erbij en kletsen over het nieuws in de wereld of nieuwtjes in de familie.
Nu ga ik voor de laatste keer voor jullie de belastingformulieren invullen, een aantal declaraties bij de zorgverzekering indienen en water-, gas-, electriciteits- en telefoonrekeningen betalen, dan de verhuisformulieren opmaken voor alle instanties zoals de sociale verzekeringsbank, KPN, de gemeente. Aanstaande zaterdag kom ik jullie ophalen om naar de woonboulevard te gaan om de vloeren en nieuwe badmeubels voor de nieuwe woning uit te kiezen, en daarna, daarna ga ik even een weekendje weg.
Liefs - Jullie dochter.
Xiaoling Wu is geboren in Utrecht. Zij studeerde Internationaal recht in Amsterdam en Sinologie in Leiden en werkt nu voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.
]]>